DE GEESTEN IN DE BERGEN, verhaal van een arts in traditionele Tibetaanse medicijnen.
"Vorig jaar kwam ik een jonge Indiase vrouw tegen.Ze had psychologische problemen. Had al drie maanden in een inrichting gezeten, maar dat had helemaal niet geholpen.Toen vertelde iemand haar dat ze een Tibetaanse arts moest raadplegen en dus kwam ze bij mij. In Dehli hebben we namelijk ook een kliniek, en er komen veel Indiase patienten. De eerste keer dat ik haar zag was ze heel aggressief en ze smeet dingen in het rond. Ze had een Hindoestaanse man bij zich die haar constant tegen moest houden. Mijn eerste indruk was, dat ze misschien vergiftigd was, want haar ogen draaiden heel raar. Maar toen ik haar ringvinger vast hield kon ik voelen dat ze bezeten werd door een geest. Ik sloeg haar en vroeg haar van alles, maar ze weigerde te antwoorden. Nadat ik wierook brandde, werd ze kalmer. Ik vertelde haar de volgende avond terug te komen. Dan zou ik een speciaal ritueel uitvoeren.
Die avond wilde ze eerst niet mee, want de geest in haar werd achterdochtig. Maar de man dwong haar mee te gaan. Door de rituelen moest de geest mijn vragen wel beantwoorden. Ik praatte met haar in Hindi. Ze vertelde dat ze de geest was van een vrouw, die was vermoord door haar echtgenoot, omdat deze een vriendin had. Ze was terug gekomen en in het lichaam van deze vrouw gekropen, zodat ze haar man kon vermoordden. Ik vertelde haar dat ze deze arme, onschuldige vrouw moest verlaten. Ze weigerde. Dus begon ik haar te slaan met een hete hamer. Daarna gaf ik de vrouw ook nog traditionele medicijnen. Nu is de geest verdwenen. Ik zag mijn patiente onlangs weer, en ze is zo gelukkig."
In onze opleiding leerden we vele soorten geesten herkennen. Voor mensen met psychologische problemen hebben we veel soorten rituelen en medicijnen. Niet iedereen met geestesproblemen wordt bezeten door een geest. Soms hebben mijn patienten gewoon een trauma. Er zijn jonge Tibetaanse mannen die in de gevangenis hebben gezeten. Daar hoef je geen rituelen voor uit te voeren, je hoeft ze als dokter alleen maar raad te geven. Dan zeg ik:nu ben je hier, Zijne Heiligheid zal je zegenen. Je hebt veel gedaan voor je land en maak je geen zorgen, want Tibet zal snel onafhankelijk worden. Dat soort traumas zijn makkelijk te genezen. De Tibetanen zijn erg religieus, en dat helpt.
Ik groeide op dicht bij de Mount Everest. Mijn familie woont daar nog steeds. Vanaf mijn zevende ging ik naar school. In mijn vrije tijd moest ik op de dieren passen. In verafgelegen dorpen als het onze was geen electriciteit, maar de Chinezen kwamen soms een voorstelling geven. Dan kwamen ze film draaien. Die films gingen altijd over oorlogen en hoe de Chinezen die wonnen. Dat was het enige wat we begrepen, want we verstonden er niets van. Niettemin geloofden veel Tibetaanse jongeren in ons dorp wat de Chinezen ons vertelden. Het was een soort modeverschijnsel, om buttons met het gezicht van Mao Zedong te dragen en Chinese liedjes te zingen. Op school bestudeerden we teksten van Mao, en die waren heel interessant. Het ging erover hoe je voor jezelf moest zorgen en hoe je met anderen om moest gaan. We moesten allemaal vlaggen en zijn posters in huis hebben, dus het was logisch dat wij als jongeren dat overnamen. Onze ouders wisten ook niet zoveel van politiek. Dus kwamen we nooit iets te weten over Maos slechte karakter en de vernielingen die de Chinezen tijdens de Culturele revolutie aanrichtten.De Chinezen gaven ons ook allerlei dingen. Boeren die voor die tijd belasting moesten betalen aan grootgrondbezitters, kregen nu land en konden alles zelf houden. Die mensen hebben geen goede opleiding, ze zijn makkelijk over te halen.
Van de nomaden die ons kwamen bezoeken hoorde ik ook dat je in India een gratis opleiding kon krijgen. En dat de school hier veel betere faciliteiten had. Onze school was ook wel gratis, maar we leerden er zo weinig. Ik had ook een tante in Nepal die, als ze langs kwam, ons vertelde over kinderen die gezegend werden door Zijne heiligheid. Ze zei dat als ik naar India wilde, ze mij wel kon helpen. Mijn ouders wilden mij helemaal niet laten gaan, maar ik wilde graag. Ik huilde en huilde en bleef net zolang zeuren, totdat ze het ermee eens waren. Mijn vader nam me mee naar de weg die naar de grens leidde. Dat was een dag lopen. Daar moesten we wachten tot er een voertuig langs kwam die ons mee konden nemen.We wachtten een week lang, daar langs de kant van de weg. We sliepen bij mensen die daar woonden. Ik kreeg toen al heimwee naar huis. Ik had s nachts ook hele droevige dromen. Maar het was nu al te laat om terug te keren. Mijn vader had alles al geregeld. Bij de grens werd ik uit de auto gezet, met nog een stel kinderen. We deden net of we aan het spelen waren en zo spelenderwijs liepen we de grens over. Het was geen enkel probleem om Nepal te bereiken. Mijn vader kon makkelijk in de auto over komen. Hij had een paspoort. Hij is koopman en reist regelmatig heen en weer.
In Nepal nam hij me mee naar het opvangcentrum voor vluchtelingen. Ze namen fotos van ons en daarna vertrok mijn vader weer. Hij zei: "Studeer hard, luister naar je leraren , zorg dat je je zegening krijgt, en daarna kom ik je weer halen." En zo werden we in de bus gezet naar Dehli en daarna naar Dharamsala. De audientie met Zijne Heiligheid was net een droom. Voor ons is de Dalai Lama de Boeddha van Mededogen. Toen we kleine kinderen in Tibet waren, voelden we ons heel rijk als we een foto van de Dalai Lama hadden. Daar waren we dan apetrots op en lieten het aan iedereen zien. Mijn ouders hadden mij vertelt over de religieuze aspecten van Tibet, dat Zijne Heiligheid in India was en zo. Alleen de politieke problemen waren nieuw voor mij. Daarover heb ik pas geleerd toen ik hier kwam.
Hier werd ik ingedeeld in de Tibetan Childrens Village school. We kregen Engels en Tibetaans. Mijn Tibetaans was erg goed. Mijn vader had mij veel gebeden geleerd en het onderwijs in onze dorpsschool was helemaal in het Tibetaans. We hadden er een goede leraar gehad, een monnik, en ik kende helemaal geen Chinees toen ik hier kwam. Ik kon alleen tellen, van 1 tot 100.
In het begin was ik hier erg eenzaam. Het was ook zon vreemde plaats hier, met al dat bos. We waren de grote uitgestrekte landen zonder begroeiing gewend. Ik probeerde mijn heimwee te vergeten door zo hard mogelijk te studeren. We werden in het begin allemaal in een "opportunity" klas gezet. Vandaaruit wordt dan besloten hoe je verder studeert. Ik was al snel de beste, en werd president van de klas en hoofd van de schoolkrant. Ik wilde eigenlijk journalist worden, op die manier zou ik heel nuttig kunnen zijn voor Tibet, door erover te schrijven. Maar ik moest rekening houden met mijn familie in Tibet, het zou riskant zijn voor hen als ik dingen schreef tegen de communistische partij. Dus ben ik dokter geworden.
Hier moest ik Tibetaanse medicijnen en astrologie studeren, plus natuurkunde en Engels. Een Tibetaanse arts moet ook iets van astrologie afweten, ja. Dat is belangrijk voor de diagnose. Er is een relatie tussen de innerlijke elementen en de seizoenen buiten. Ook moeten sommige medicijnen op de juiste dag worden vervaardigd, zodat ze optimale kracht hebben. Wij stellen diagnose door naar de elementen water, aarde, vuur, hout en ijzer te kijken. Daarop hebben we de wetenschsap van de dood gebaseerd. Zodra de elementen in elkaar beginnen over te gaan, gaat iemands gezondheid achteruit. Wacht, laat me even een boek pakken, dan zal ik het je voorlezen: Als aarde zich vermengd met water, dan wordt de patient blind: als water vermengd met vuur, krijg je droge huid: als vuur vermengd met wind, verliest het lichaam zijn warmte: en tenslotte als wind vermengd met lucht, dan zal het lichaam ophouden met ademen. Wat ik hier voorlees is een tekst die 3500 jaar geleden geschreven is. In de oude dagen waren de doktoren meestal monniken en waren er maar een paar boeken. Maar tegenwoordig kan iedereen ze bestuderen.
We stellen diagnose door aan de pols te voelen, als het hart heel sterk klopt, betekent dat het vuur en wind-element erg sterk is. Bij een langzame pols zijn de aarde en water elementen in de overhand. Ieder element staat in relatie met een lichaamsdeel: vuur met het hart en ingewanden, aarde met de maag, longen met ijzer enzovoort. We kunnen twaalf verschillende polsslagen voelen, zes voor warme ziekten en zes voor koude ziekten. Een warme ziekte is bijvoorbeeld een infectie en koorts, koude ziekten zijn bijvoorbeeld suikerziekte en reuma, die mensen hebben allemaal een verschillende polsslag, ja. Natuurlijk kijken we ook naar de mensen en vragen veel. Verder kunnen we ook nog naar de urine kijken, de kleur en de belletjes zeggen ook van alles. Bij de belletjes in de urine kijk je dan of ze snel weer verdwijnen of niet. Onze medicijnen sluiten dan aan bij de diagnose, dus ze hebben en verwarmend of verkoelend effect. Ik denk dat ze voor ongeveer 75 procent effectief zijn. Ze zijn vooral goed voor chronische ziekten als reuma. En dan zijn er de kalmerende kruiden voor degenen met geestesziekten.
We hebben nu 40 klinieken hier in de omgeving, 90 procent van onze patienten zijn Indiers. De hele armen krijgen in dit ziekenhuis gratis behandeling, ook de studenten en monniken hoeven niet te betalen. Functionarissen van de regering in ballingschap betalen wel, maar krijgen voorang. Dit omdat ze dan zo snel mogelijk weer aan het werk kunnen voor de maatschappij. Anderen mensen betalen 10 tot 25 rupees voor een consult. Dat dekt de kosten natuurlijk ook niet, dus eigenlijk betaalt de Tibetaanse gemeenschap hier voor ons en het onderhoud van het ziekenhuis. Ja, ik denk wel dat ik hier altijd zal blijven. Toen ik dit onderwerp, Tibetaanse medicijnen, begon te bestuderen, fascineerde het me snel. En terug naar Tibet kunnen we toch niet, veel te veel politieke problemen daar.
De Chinezen willen zeggen dat de Tibetaanse geneeskunst Chinees is. Er zijn natuurlijk wel overeenkomsten, maar de twee stromingen zijn onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Onze klinieken zijn erg klein, maar we doen ons best om het verder uit te breiden. Natuurlijk zijn er ook de grote Westerse pharmaceutische bedrijven die tegen ons zijn. Want, als onze geneeskunst erg succesvol zou worden, zou dat slecht zijn voor hun verkopen. Toch groeit de belangstelling in het Westen. Ik verheug me op de Tweede Internationale Conferentie over Tibetaanse Geneeskunst die in Novermber 1998 in de Verenigde Staten zal worden gehouden. Zijne heiligheid zal er ook aanwezig zijn, als eregast.
En er komen ook veel Westerse patienten hier. De meesten zijn hier op reis ziek geworden. Ze hebben dus diaree of voedselvergiftiging. Er zijn er ook veel met psychologische problemen, meestal relatieproblemen. Ze zijn bijvoorbeeld gescheiden. Ook dat is eenvoudig op te lossen, door gewoon algemene adviezen te geven. En heel soms komen kankerpatienten uit het Westen hier om een kuur vragen. Onze medicijnen helpen erg goed tegen kanker. Ze kunnen de ziekte wel niet helemaal genezen, maar kunnen het leven wel aanzienlijk verlengen. Er was eens een patient die volgens de westerse artsen met zes weken zou sterven. Ik heb gehoord dat die patient nog vier jaar langer heeft geleefd. Voor Aids hebben we ook geen kuur. Sommige aids-patienten hebben onze medicijnen geprobeerd en zeggen dat het hielp, maar daar kan ik niets met zekerheid over zeggen. Ik ben tenslotte maar een gewone arts. Wonderen verrichten kan ik ook niet.